De Nederlandse naam voor Pachysandra terminalis is Schaduwkruid. Deze naam is ontstaan doordat deze plant graag in de schaduw of halfschaduw staat. Wanneer hij in de zon staat, krijgt hij namelijk gele bladeren en dat wordt vaak als minder mooi ervaren. De Pachysandra terminalis blijft laag en is wintergroen. Onder andere daardoor is het een veel gebruikte bodembedekker. Verder kenmerkt hij zich door een snelle en dichte groei waardoor onkruid weinig kans krijgt om zich te laten zien. Het blad is groen en in het voorjaar verschijnen er kleine witte bloemaren aan de Pachysandra terminalis.
Het onderhoud van de Pachysandra terminalis is eenvoudig. De plant kan in vrijwel alle grond overleven, zolang de grond maar niet te nat is. De bodembedekker kan er goed tegen wanneer hij gesnoeid wordt. Het snoeien van de Pachysandra terminalis wordt meestal gedaan om de plant compacter te krijgen. Het is niet noodzakelijk om de plant ieder jaar te snoeien.





